Menu

Bestek, meet- en vorderingsstaat

Over het begrip oplevering en de gevolgen hiervan is veel te zeggen. Bovendien heeft dit begrip in bepaalde wetgeving (bv. de zgn. Woningbouwwet) een specifieke betekenis.

Algemeen gesteld kan een oplevering echter worden beschouwd als de handeling waarbij de bouwheer het resultaat van het werk van de aannemer ter beschikking wordt gesteld teneinde dit – na goedkeuring door de bouwheer – aan hem over te dragen.

Veelal (en zeker in het geval van de Wet Breyne = de Woningbouwwet) is er sprake van een dubbele oplevering (bij de Wet Breyne is dit trouwens verplicht): een voorlopige en een definitieve oplevering. Het lastenboek of de aannemingsovereenkomst voorzien veelal in de wijze van oplevering.

De voorlopige oplevering dient om de voltooiing van het werk vast te stellen. Hierbij wordt nagegaan of de werken conform de plannen en het bestek werden uitgevoerd. Met de voorlopige oplevering gaat o.a. het risico van het werk over op de bouwheer.

De voorlopige oplevering gebeurt meestal aan de hand van een proces-verbaal van voorlopige oplevering waarin er o.a. wordt uiteengezet welke gebreken de aannemer nog zal moeten herstellen.

De eindoplevering (definitieve oplevering) houdt een erkenning van de bouwheer in dat de werken goed zijn uitgevoerd volgens de overeenkomst en volgens de regels van de kunst.

De oplevering hangt nauw samen met de 10-jarige aansprakelijkheid van de aannemer en architect: in principe begint deze termijn te lopen vanaf de definitieve oplevering (maar contractuele afwijkingen zijn mogelijk – ook voor wat betreft overeenkomsten die onder de Wet Breyne vallen).

Contacteer ons